Meelopen met de deuren: heb je dat al eens bekeken?

Het is een raar fenomeen: wanneer de trein aankomt, loopt iedereen mee met de deuren.  Een gek gezicht ook. Iedereen loopt mee in de rijrichting van de trein, niemand die in de andere richting loopt om daar een deur te vinden. Er zijn er daar nochtans ook.

Niemand weet wanneer en waar de trein precies tot stilstand komt. Dus soms blijven mensen meelopen met de trein. Ze denken dat hij gaat stoppen, maar dat doet hij niet.

Dat is zeer grappig als je het vanop een afstand bekijkt. Ik denk dat sommige treinbestuurders speciaal extra veel tijd nemen om te stoppen, en op het laatst nog heel langzaam doorrijden. Je moet ze dan eens zien: meelopen, stoppen, vertragen, verder lopen,… Verwarring en stress alom.

Nutteloos

Volgens mij is meelopen met de deuren, naast belachelijk, gewoon ook erg nutteloos. Als je blijft staan, stopt de deur meestal gewoon voor je neus. Je moet het echt eens proberen.

Er zijn heel veel deuren aan 1 trein. Ik snap soms niet waarom mensen precies die ene deur willen. OK, soms heb je met iemand afgesproken in een bepaalde wagon. Dan wil je natuurlijk de deur van die wagon hebben. Dat snap ik. Maar het lijkt soms wel of iederéén heeft afgesproken in een bepaalde wagon.

Ik bekijk het fenomeen telkens weer. De trein komt aan, mensen zetten zich in gereedheid: boekentas stevig in de hand, kijken naar de trein, en -jah!- op het juiste moment meelopen met de uitgekozen deur. Het lijkt wel alsof ze op de trein moeten springen, alsof ze mee moeten zijn met de cadans van de trein.

Ik blijf altijd gewoon staan. Ik sla iedereen gade. Ik lig vaak net niet in een deuk. En dan stopt de trein. Meestal met de deur voor mijn neus.

Niet eerlijk

En dan staan ze daar, opeengepakt voor de deur. De primus van de klas staat helemaal vooraan, centraal voor de deur, klaar om in de trein te springen van zodra de deuren open gaan. Alleen is hij afhankelijk van de goodwill van de pendelaars die hij zojuist verdrongen heeft, al dan niet met het nodige ellebogenwerk. Want de knop om de deur te openen, bevindt zich aan de zijkant.

Ik vind dat niet eerlijk. Ik vind: als je de deur opent, mag je als eerste op de trein stappen. Dat vind ik. Het zou een regel moeten zijn. Een pendelaarswet. Maar pendelaars willen vaak maar één ding: het beste plaatsje in de beste wagon. Via de juiste deur.

20190903_184221

 

De werken hebben geen f* uitgehaald

Maandag kwam mijn trein 20 minuten te laat aan in Brussel-Centraal. ’s Avonds vertrok hij met ongeveer 10 minuten vertraging. Dinsdagochtend kwam ik met meer dan 40 minuten vertraging aan! En ’s avonds had ik meer dan een kwartier vertraging.

Weinig hoop

Nochtans, Infrabel had toch een maand lang werken uitgevoerd aan de seininrichting tussen Brussel-Zuid en Brussel-Noord? Die gingen toch iets opleveren? Nu ja, niet als je het antwoord van Infrabel hoorde in Het Journaal op de vraag of de reizigers nu iets van die werken gingen merken.

We kunnen alleen maar hopen dat dit nieuwe systeem goed werkt en dat dat een gunstige invloed kan hebben op de stiptheid.

Wablieft? Je investeert gigantisch veel geld en tijd in een nieuw systeem, duizenden reizigers moeten een maand lang op hun tanden bijten door de werken, en dan kan je als bedrijf “alleen maar hopen dat dit nieuwe systeem goed werkt”??!! Zou je dan niet eerst uitgebreid testen en onderzoeken of dat nieuwe systeem überhaupt wel kán werken?

Als je een nieuw systeem invoert, moet je op voorhand toch weten wat de gevolgen gaan zijn? Gaat dat nieuwe systeem een invloed hebben op de stiptheid of niet?

Seinstoring

Volgens mij werkt het systeem niet. En heeft het al zeker geen gunstige invloed op de stiptheid. Maandag komt mijn trein 20 minuten te laat aan in Brussel-Zuid. Geen idee waarom, we krijgen geen reden. Dinsdag heb ik meer dan 40 minuten vertraging. We staan meer dan 20 minuten stil net voor Brussel-Zuid. De reden? Een seinstoring. Tiens. Mijn collega tweet een logische opmerking.

Katrien Boon

Jah. We konden natuurlijk alleen maar hopen dat het systeem werkt. En blijkbaar werkt het niet.

Iedereen op de trein begint te bellen. “Ik zal later zijn.” “Geen idee wanneer ik zal arriveren, ik sta nog altijd stil.”

Ook ik verwittig mijn collega’s dat ik de eerste vergadering mis en dat ik niet weet wanneer ik dan wel zal arriveren. Mijn lieve collega Sven merkt meteen op: “Volgens uw blog moeten wij geen medelijden met u hebben.” Sven is een grote fan van mij. Hij leest mijn blogs altijd. En inderdaad, in mijn vorige verhaal zeg ik dat ik geen medelijden hoef. Je leest het hier.  Een toffe collega, Sven.

Een uitleg voor alles

Ik hoef inderdaad geen medelijden. Ik wil wel graag een uitleg. Waarom geraak ik voor de tweede dag op rij niet op tijd op mijn werk? Waarom werkt dat systeem niet, en heeft het helemaal geen gunstige invloed op de stiptheid?

Gelukkig geeft Infrabel een antwoord.

seinstoring

Deze seinstoring staat volledig los van de werken. Hoera. Er is dus nog hoop.

Ik bedank Infrabel voor het antwoord. Maar eigenlijk heb ik zin om te schrijven: “menen jullie dit nu? De andere kant dan waar we gewerkt hebben? Pak die andere kant dan g*** ook eens aan.”

Pendelen is hopen. Dat is nu wel zeker. Als zelfs Infrabel het zegt.

Vanochtend is mijn trein afgeschaft. De locomotief staat in panne. Ja, weeral. “Hoe komt dat?” vraagt een pendelaar aan de treinbegeleider. “Ja, hoe komt dat? Waarom valt een auto in panne?” zegt ze. Omdat hij oud is of slecht onderhouden misschien? Eén ding is zeker: de werken aan de seininrichting aan die ene kant tussen Brussel-Zuid en Brussel-Noord hebben hier in elk geval niks mee te maken. We kunnen alleen maar hopen dat de locomotief snel weer hersteld is.

 

Eindelijk begrip!

Het is gebeurd. Eindelijk. Iemand reageert laconiek met “o, dat valt nog wel mee” wanneer ik zeg dat ik twee en een half uur over mijn traject doe. Ik val bijna achterover.

Ik zie er vaak tegenop. Om tegen de mensen te zeggen hoe lang ik over mijn woon-werktraject doe. Mensen uit West-Vlaanderen reageren vaak met “amai, Brussel, zeg, moh how zeg” als ik antwoord op de vraag waar ik werk. Mensen uit Brussel, Antwerpen of Leuven zeggen “Wervik? Amai, waar ligt dat? Dat is ook niet bij de deur zeker?” Ze kijken triest en bezorgd. Geschrokken ook. Ze hebben medelijden. 

Mo how. Brussel zeg.

Eindeloos

Voor allebei lijkt de weg Wervik-Brussel eindeloos lang. Want Brussel, dat is de hoofdstad, dat ligt midden in het land, op weg naar de Ardennen. Daar ga je naartoe als je een weekendje weg wil, of om een dagje te shoppen. En Wervik, dat, ja, waar ligt dat? Toch ergens in the middle of nowhere, waar er amper openbaar vervoer is? Te midden de velden, ver weg van autosnelwegen en stations.

Wel. De weg van mijn huis naar de VRT is met de auto 120km lang. Je neemt in Wervik de oprit naar de A19, en rijdt via de E17 en de E40 naar Brussel. Allemaal snelwegen. De trein passeert in Wervik, en rijdt rechtstreeks naar Brussel. Of naar Antwerpen. Jawel.

Ik moet vaak mensen troosten en geruststellen als ik hen zeg dat ik twee en een half uur over mijn woon-werktraject doe. “Het valt wel mee, hoor. Treintijd is me-time. Ik lees weer, nu! En ik kijk Netflix! En ik kan ook werken op de trein. Dus het is niet zo erg als het lijkt.” Ik moet mensen overtuigen dat ik niet zo meelijwekkend ben als het lijkt. Ik moet hén moed geven. Ik word er zelf van moedeloos van.

Het is OK

Maar plots komt een nieuwe collega op de proppen. Lisa. Ze woont in Aalst, of daar ergens in de buurt. Ze vraagt van waar ik ben.
“Wervik.”
“Ah, dat ligt in West-Vlaanderen?”
“Ja!”
“En kom jij met de trein naar het werk?”

Ik bereid me al voor. Ze zal me vol verbazing aankijken. Haar ogen gaan groter worden en haar mond zal open vallen. Ze zal net niet vragen waarom ik geen andere job dichtbij huis zoek. 

“Hoe lang doe jij dan over je rit van huis naar het werk?”
“Twee en een half uur.”
“O dat valt goed mee.”

Huh? Wat zeg je, lieve Lisa? Is dit ironisch bedoeld?

Ze kijkt serieus. Ze valt niet achterover, ze kijkt me niet meelijwekkend aan. Ze vindt alles normaal. “Ik doe er een uur en drie kwartier over, en dat vanuit Aalst.”
Ik ben verbaasd. Ik weet niet waar ik het heb.
“Dus jij vindt mijn traject normaal?”
Ja, ze vindt het niet abnormaal. Ik doe er ‘maar’ drie kwartier langer over dan zij, en ik kom toch van veel verder? Dus, ja.

Wij doen dat

Lieve, Lisa. Je maakt mijn dag goed. Mijn maand, mijn jaar. Eindelijk begrip. Want pendelen van en naar Brussel, dat is niet abnormaal. Massa’s West-Vlamingen gaan elke dag in Brussel werken. Vanuit Wervik, vanuit Ieper, ja zelfs vanuit Diksmuide!

Wij kunnen dat. Wij doen dat. Het vergt moed en volharding, en soms willen we klagen en zagen, maar het is niet abnormaal. Sommige mensen staan een uur in de file om 20 kilometer te overbruggen. Dat is pas meelijwekkend. En abnormaal.

20190903_184221

Treintijd is me-time, daar had ik het eerder al over. Dat verhaal kan je hier lezen. 

10 kleine gelukjes van een pendelaar

Er zijn zo van die gebeurtenissen die je als pendelaar erg gelukkig kunnen maken. Het zijn vaak kleine dingen, die voor een niet-pendelaar onbenullig lijken. Eigenaardigheden misschien. Maar voor een pendelaar zijn ze de hemel op aarde en kunnen ze je dag goed maken.

1. De trein rijdt

Laten we maar beginnen met het belangrijkste: je trein rijdt. Je geraakt waar je moet geraken. Dat is al een goed begin.

2. De trein rijdt op tijd

Dit is eerder een Groot Geluk: de trein vertrekt op tijd en komt op tijd aan. In mijn geval vertrekt hij ’s ochtends doorgaans op tijd in Wervik. En hij komt meestal met vertraging aan. Die kan oplopen tot een kwartier of twintig minuten. Dus als hij dan toch eens op tijd arriveert in Brussel, dan maakt dat mijn dag goed.

’s Avonds vertrekt hij doorgaans met enkele minuten vertraging in Brussel. Als hij toch op tijd is, maakt mijn hart een sprongetje. Het begint al bij de aankondiging: als die op tijd is, word ik een beetje nerveus. Zou het? Zou het écht? Zou de trein vandaag op tijd vertrekken? Als een kleuter sta ik met blinkende oogjes en zweethandjes op het perron. Vaak is de ontnuchtering groot: er komt toch nog een trein tussen. Of we moeten gewoon lang wachten. Maar zolang hij komt, ben ik al blij.

3. De trein stopt net voor de trap

Je staat klaar om uit te stappen, voor de deur. Hij vertraagt. En dan stopt hij… precies op de plek waar je moet zijn. Net voor de trap naar de stationshal. Of net voor de fietsenstalling waar mijn fiets op mij staat te wachten. O, wat is dat een fijn moment.

4. Onverwacht bezoek

Onverwacht kom je een goeie vriendin tegen op de trein of op het perron. Dan is het feest! Een vriendin met wie je uren kunt kletsen. Zalig! En dan blijkt ze nog naar Brussel te moeten ook. Komt dat even goed uit! Jammer voor mijn medereizigers, maar dit wordt mijn moment van de dag. Met getater en gelach.

Of een collega die op het werk zegt: “moet je naar het station? Ik ga met je mee!” Dat is zó gezellig. Niet heel alleen de tram en de metro op, maar in fijn gezelschap. Dat maakt het pendelen zoveel leuker.

Het moet ook wel gezegd: iemand tegenkomen op het moment dat je het liefst nog een dutje doet, behoort tot de categorie ‘de grootste ellende van een pendelaar’. Tegen mijn vaste pendelmaatjes kan ik in alle eerlijkheid zeggen: nu niet. We laten elkaar met rust als we moe zijn. Of als we moeten werken, of graag ons boek uitlezen. Maar iemand die maar af en toe pendelt, begrijpt dat niet. Die vindt het onbeleefd als je geen zin hebt om te praten.

5. Een plekje aan het raam

Ik zit altijd aan het raam. Dan kan ik naar buiten kijken. En kan ik mijn hoofdje tegen het raam leggen zodat ik zachtjes kan indommelen.

In Wervik vind ik ’s ochtends makkelijk een plaatsje aan het raam. Op maandagmorgen is het vaak moeilijker, dan is het altijd drukker. ’s Avonds, in Brussel, moet ik soms echt wel zoeken naar een plaatsje aan het raam. Maar ik zoek en blijf zoeken tot ik er eentje vind. Meestal lukt dat wel. En als het niet lukt, dan reis ik in eerste klasse. Ik betaal er een toeslag voor. Maar ik gun het mezelf, heel af en toe. Een extra klein gelukje.

6. De metro komt net aan

Op de metro moet je nooit lang wachten. Maar het is heerlijk als hij samen met jou aankomt. Je stapt het perron op, en daar komt hij aangereden. Het enige wat je moet doen is opstappen. Zalig!

7. De roltrap werkt

Ik heb zo mijn gewoontes. Dat heb je intussen wel al door.

In het Centraal Station in Brussel neem ik de vaste trap. Twee keer. Dat is een afspraak met mezelf. Wat beweging na dat stilzitten op de trein. In het metrostation Montgomery neem ik eerst de vaste trap, daarna de roltrap. Dat is omdat ik geen andere keuze heb: er is alleen een roltrap. In het metrostation Diamant neem ik de roltrap. Dat is pure luiheid: de vaste trap telt teveel treden.

Als één van de roltrappen niet werkt, dan is het grote ellende. Dat is vloeken. Zeker als er geen vaste trap in de buurt is. Dan moet je stappen op de stilstaande roltrap. Dat is niet leuk. Dus als de roltrap werkt, ben ik blij! Heel blij!

8. Een stiltewagon

Veel volk op de trein, maar iedereen is stil. De één zit te lezen, de andere luistert rustig naar muziek en nog een ander dommelt zachtjes in. Niemand belt, niemand tatert, niemand roept. Zalig.

9. Een glimlach

Een vrouw zit op haar telefoon te tokkelen. En plots begint ze stilletjes te glimlachen. Zo een lach die puur geluk uitstraalt. Ondeugendheid ook. Heeft ze net een berichtje van haar lief gekregen? Van haar minnaar? Van haar zus? Ik vraag het me af. Intussen geniet ik mee.

Ik kan echt genieten van de kleine gelukjes van anderen.

10. Cadeautjes

Uitdeelacties in het station zijn super! Je ziet het al van ver: pendelaars lopen met allemaal dezelfde kleine blikjes of yoghurtpotjes rond. Dan moet je alleen nog weten te vinden waar ze het cadeautje vandaan haalden.

Ik schaam me niet meer om in de rij te staan om een gratis drankje of snoepje te krijgen. Ik móet wel aanschuiven, het is mijn job. Bij De Inspecteur moeten we weten welke nieuwe producten er op de markt zijn en hoe die smaken. Aja. Ik schreef er al eerder over: Gratis en voor niks!

Als een klein kind ga ik met mijn gratis drankje op de trein zitten. Net terug van de kermis. De trein rijdt, hij is op tijd. In de wagon is het stil. Vóór mij moet iemand glimlachen terwijl ze op haar telefoon kijkt. Onderweg kom ik toevallig een vriendin tegen die ik al lang niet meer gezien heb. En de trein stopt vlak voor de fietsenstalling.

Wat kan pendelen heerlijk zijn.

 

 

On-ge-loof-lijk

Er zijn grote problemen op mijn lijn, maar de treinbegeleider weet van niks. Er wordt niks gezegd in het station en volgens de app brengt mijn trein mij gewoon naar Wervik. Ik vraag mij, samen met de honderden andere pendelaars, af hoe dat in godsnaam mogelijk is.

Honderden studenten

Ik heb in Gent gewerkt, en neem op vrijdagavond de trein vanuit Gent Sint Pieters naar Wervik. Het perron staat vol studenten. Uiteraard. De trein naar Poperinge wordt aangekondigd. Hij is op komst, er worden geen problemen gemeld. Het is vechten om een plaatsje op de trein te bemachtigen. De NMBS heeft nog altijd niet door dat vrijdagavond een druk moment is, dat een langere trein wel eens heel er efficiënt zou kunnen zijn.

Tijdens de struggle om op de trein te geraken, hoor ik een student zeggen “hoe zit dat nu met dat accident in Wervik?” Accident in Wervik? Ik weet van niks.

Ik vind een plaatsje, tussen de studenten en hun koffers in. Ik vraag of iemand weet heeft van problemen op onze lijn. Hier en daar heeft iemand iets opgevangen. “De trein zou maar rijden tot in Menen,” zegt iemand. Studenten beginnen wat rond te bellen. “Pa, wil jij me in Menen komen halen?” Niemand weet wat er aan de hand is, en of onze trein wel naar Poperinge zal rijden.

Ding Dong. “Dames en heren, welkom op de trein naar Poperinge. Deze trein stopt in Waregem en Kortrijk. Opgelet. In Kortrijk wordt deze trein gesplitst. Enkel de eerste drie rijtuigen rijden verder naar Poperinge.” Aha, hij rijdt dus toch naar Poperinge?

Ik zie op Twitter een bericht van de NMBS: de trein rijdt maar tot Wervik. Ik stuur een bericht: hoe zit het nu en waarom weet onze treinbegeleider van niks? “De trein rijdt tot Menen. Je feedback over de communicatie van de treinbegeleider wordt gemeld.”

Rijdt hij nu tot in Menen of tot in Wervik? En waarom weet onze treinbegeleider van niks?

Wij weten van niks

Hmmm. Nog altijd geen duidelijkheid. “Maar waarom weten wij, reizigers, nu nog altijd van niks?” vraagt een studente die niet op Twitter zit. “En de treinbegeleider gaan we niet zien. De gangen staan vol, hij kan gewoon niet passeren. Hadden we maar een knopje om informatie te vragen.” Ik kan ze geen ongelijk geven.

We naderen Kortrijk. Ding Dong. “Dames en heren, we komen aan in Kortrijk. Opgelet, in Kortrijk wordt deze trein gesplitst. Enkel de eerste drie rijtuigen rijden verder naar Poperinge.”

“Poperinge, zei hij Poperinge?” vraag een student. Ja, dat zei hij. Maar op Twitter zegt de NMBS iets anders.

Ik bel mijn man. Of hij me kan komen halen in Menen. Want ik weet niet of ik in Wervik geraak. We weten niet wat er aan de hand is. “O, maar er zijn al de hele namiddag problemen met de trein,” zegt hij. Hij is aan het werk. Hij weet meer over mijn trein dan ik. Hoe is dat nu mogelijk?

“De omstandigheden veranderen voortdurend,” tweet Robbe van de NMBS, “we delen telkens de info die we op dat moment hebben.” Jah, maar jullie collega OP de trein weet van niks, blijkbaar. En jullie app is ook al niet aangepast. 

Volksverhuizing

We arriveren in Kortrijk. We weten nog altijd niet waar onze trein zal stoppen. Na enkele minuten staat de treinbegeleider in onze wagon. Hij roept: “De ontkoppeling wordt omgekeerd. Deze trein rijdt naar Lille Flandres. Wie naar Poperinge moet, moet de eerst zes rijtuigen nemen.” Dit meen je niet. Iedereen eraf.

“En waar stopt deze trein?” vraag ik. “Blijkbaar rijdt hij tot in Menen, verneem ik net,” zegt de arme man. Hij heeft NET vernomen dat er problemen zijn op zijn lijn. Wij weten het al een uur.

We stappen over. Honderden reizigers verhuizen. Wat een gedoe. We zitten en wachten. Sommigen staan. “Allez, die trein blijft hier nu gewoon staan.” “Waar gaat hij nu stoppen?” Verwarring troef. Een tiental minuten gaan voorbij.

Ding Dong. “Dames en heren, de eerstvolgende trein naar Poperinge is die op spoor 4.” Dit meen je niet. We moeten opnieuw overstappen. Opnieuw moeten honderden reizigers van trein veranderen. “Jamaar, stopt die trein dan in Menen en Wervik of rijdt hij gewoon naar Poperinge?” “Moeten we nu overstappen of blijven we best zitten?”

Ik kan niet meer. Er zijn grenzen. En die van mij zijn overschreden. Ik bel mijn man. “Kom mij aub in Kortrijk halen.” Hij stelt geen vragen. Hij komt.

Ja, NMBS, de omstandigheden kunnen snel veranderen als een vrachtwagen de bovenleiding raakt. Maar wat niet verandert, is de manier van communiceren.

  • Zorg dat jullie personeel op de hoogte is van de problemen. Een treinbegeleider die niet eens weet dat er problemen zijn op zijn lijn?
  • Zorg dat jullie eenduidig communiceren. De omstandigheden veranderen, maar de plaats van het probleem niet. Als de bovenleiding geraakt is tussen Wervik en Komen, kan die een uur laten niet plots kapot zijn tussen Menen en Wervik.
  • Houd jullie reizigers op de hoogte. Zeg hen dat er problemen zijn, dat de situatie verandert, dat de trein misschien niet vertrekt. Zeg gewoon iets. Iets. Daar hebben de reizigers recht op.

Nu ben ik alweer boos. Crisismanagement en communicatie, al ooit van gehoord, beste NMBS? Ik denk het niet.

Sorry voor alweer het gezaag, de boosheid, de verontwaardiging.

Boos. Beu.

Oja. Ik was boos. Ik stond gisteravond 20 minuten stil in Brussel Centraal en dan nog eens een kwartier in Brussel Zuid. Het was weer een zootje. En ik had een belangrijke afspraak ’s avonds die ik dus niet zou halen. Een mens zou van minder boos worden.

Ik had ’s ochtends naar de oogarts gebeld. Of ik alstublieft zo snel mogelijk kan langskomen. ‘Kom maar vanavond om 19u, ik pas mijn agenda wel aan.’ Super!

Niks te zien, niks te horen, chaos compleet

Kort nadat ik het Centraal Station binnenwandel, vallen alle schermen uit. Je ziet nergens nog welke treinen komen en welke niet. Ook op het perron krijg je geen informatie. Een trein komt aangereden, maar nergens wordt vermeld welke trein dat is. Ook de aankondigingen zijn uitgevallen. Je hoort niets, je ziet niets. Chaos dus.

20191015_171413

Gelukkig herken ik mijn boemeltreintje na al die jaren meteen! Het helpt ook wel dat een andere pendelaar belt met zijn collega die al op die trein zit. ‘Ja, ze rijden nu de tunnel in, dus hij is op komst!’ Een live verbinding met onze trein, de NMBS kan er nog van leren. 

Ik stap op. Hèhè. Het perron stroom intussen vol met mensen die niet meer weten welke trein er komt en gaat en waar ze moeten opstappen. Verwarring troef. Gelukkig zit ik al op mijn trein. Alleen… Hij vertrekt niet. We blijven staan.

Mensen blijven toestromen. Ze kijken plots allemaal samen naar rechts. Daar moet iets aan de hand zijn. De treinbegeleidster passeert. Iedereen volgt haar. Ze kijken naar links. Wat gebeurt er toch allemaal?

De treinbegeleidster stapt op. Ze gaat naar de intercom. ‘Ha, de aankondiging komt dat we stil staan!’ zegt een pendelaar. Inderdaad. Ding Dong. ‘Dames en heren, door een panne kunnen we nog niet vertrekken.’ Allez hup. Ik weet nu al dat ik mijn afspraak niet haal. Aandringen op een afspraak en ze dan zelf moeten afbellen. Gênant.

We blijven stilstaan en de chaos wordt alleen maar groter. Het is opvallend hoe gelaten de meeste pendelaars reageren. ‘Haja, ik HAD een afspraak in Gent zo meteen, hahaha,’ zegt iemand. ‘Het is hier nog lang niet gedaan,’ zegt een ander. We zijn al veel gewoon, blijkbaar.

Na 20 minuten vertrekken we. Hoera! Helaas, te vroeg gejuicht. In Brussel Zuid blijven we ook stilstaan. Ook daar is het chaos.

‘Er kan altijd wel eens iets gebeuren,’ schrijft iemand op Twitter. ‘Maar elk probleem veroorzaakt direct totale chaos bij de NMBS.’ Klopt.

Er kan altijd eens iets gebeuren. Maar er gebeurt ook altijd weer iets.

Uiteindelijk vertrekken we met meer dan een half uur vertraging. De treinbegeleidster is dolenthousiast. Ze roept de namen van de bestemmingen af alsof we in elk station een groot feest gaan geven.

Niemand weet wanneer ik thuis zal zijn

Ik wil wel weten wanneer ik thuis zal zijn. Zodat ik de oogarts nog kan verwittigen en kan vragen of ik alsnog kan langskomen. Ik kijk wanneer mijn trein in Kortrijk zal vertrekken.

trein op tijd maa ris er niet

Het is 18u30. Ik zit op de trein die nu in Deinze stopt, maar volgens de app is die trein om 18u22 uit Kortrijk vertrokken zonder vertraging. Dat is op z’n zachtst gezegd bizar. Wanneer zal ik thuis komen? Ik vraag het op Twitter.

app kapot

Door een storing zijn de borden uitgevallen in Brussel Noord, Brussel Centraal en Brussel Zuid.
Door die storing zijn er een tijd geen aankondigingen in de stations.
Door die storing weet niemand nog welke treinen er de stations binnen rijden.
Door die storing staan alle treinen stil.
Door die storing weet niemand nog iets.
Door die storing weet ik niet wanneer ik thuis geraak.

De treinbegeleider zegt dat we aankomen in Deinze terwijl we in Waregem zijn.

Ik bel de oogarts. ‘Geen probleem, kom maar wanneer je kan. Ik wacht wel.’
Dank je wel, dokter.

Iemand vraagt me hoe ik dit blijf volhouden. Ik vraag het me ook af. Elke dag een beetje meer.

Ik vraag me af of de koning en de koningin tevreden zijn over hun eerste treinrit. Ik heb een stil vermoeden dat zij geen half uur stil hebben gestaan.

IMG-20191015-WA0003

De werken in Brussel Zuid: ik geloof mijn oren niet

Maandag 14 oktober 2019. De start voor heel wat ellende bij de pendelaars. Want dan start Infrabel met werken aan de seininrichting van Brussel-Zuid. De werken zullen een maand duren, en zullen gevolgen hebben voor 27.000 reizigers die piekuurtreinen nemen. De P-treinen. Zoals die van Poperinge naar Schaarbeek en terug. Jah, dikke shit dus voor mij, hé. En voor 26.999 andere pendelaars.

De aankondiging die niks aankondigt

Begin september verspreiden Infrabel en de NMBS een persbericht om te zeggen dat er een alternatief vervoersplan komt. Dat moet de impact op de reizigers zo veel mogelijk beperken. OK. Kom maar af met dat alternatieve vervoersplan. ‘Dit plan wordt momenteel gefinaliseerd. Een gemeenschappelijke communicatie zal op dinsdag 24 september plaatsvinden.’ Jah. Nog wat geduld dus. Geen paniek. Ik maak er mij niet al te druk om, ik veronderstel dat ik op één of andere manier wel in Brussel zal geraken. Toch?

Op 24 september ben ik op vakantie. Ik wandel door de heuvels van Snowdonia. Ik denk niet aan de trein. Maar ik ontsnap er niet aan. Ik krijg berichten.

12 piekuurtreinen worden geschrapt, en het traject van 35 piekuurtreinen wordt beperkt of aangepast. Ai ai. Wat zal het zijn voor mijn treinen? Geraak ik nog wel in Brussel? Moet ik een vroegere of latere trein nemen en overstappen in Kortrijk of Gent? Zal ik moeten afstappen in Brussel-Zuid en van daar de metro nemen?

Op zoek naar mijn trein

Ik moet even zoeken naar de juiste informatie over mijn treinen. De P7008 en de P7009 (de treinen die ’s ochtends van Poperinge naar Schaarbeek rijden) en de P8009 (de trein die ik ’s avonds neem om thuis te geraken). Ik vind het niet meteen.

Er staat dat ‘sommige P-treinen worden omgeleid via of beperkt tot Brussel-Schuman, Brussel-West, Merode en Schaarbeek’, dat sommige treinen ‘worden afgeschaft over hun volledige traject’. Alle andere treinen rijden normaal.

Spannend. Ik weet nog niks meer over mijn treinen. Ik vind ‘wat zijn de gevolgen en alternatieven voor mijn regio?‘ Ik kijk. Ik klik op ‘As Brussel-Kortrijk’.

Er zijn treinen die omgeleid worden via Brussel-West en Thurn-en-Taxis. Er zijn treinen die omgeleid worden via Jette, Bockstael en Schaarbeek. Geen P7008, P7009 of P8009.

‘De volgende trein vertrekt vanuit Denderleeuw in plaats vanuit Schaarbeek en stopt dus niet in Schaarbeek, Brussel-Noord, Brussel-Centraal en Brussel-Zuid: de P 800…’ Mijn hart begint een beetje harder te kloppen. Mijn handen beginnen te zweten.

‘De P8008.’ Dat is de trein die ’s avonds van Schaarbeek naar Poperinge rijdt maar die ik nooit neem omdat die al om 16u vertrekt. Hoera!

Of wacht. Te vroeg victorie gekraaid? ‘De volgende treinen rijden helemaal niet.’ Ik hou mijn adem in.  Het zijn S3 treinen.

Mijn treinen worden nergens vermeld. Nergens. Rijden ze dan gewoon? Gaan ze gewoon helemaal normaal rijden? Geen omleidingen? Geen afschaffingen? Gewoon: normaal?

Privileges of arrogantie

12 piekuurtreinen worden geschrapt, en het traject van 35 piekuurtreinen wordt beperkt of aangepast. En van de mijne blijven ze af. Ik kan het amper geloven.

Volgens mij heeft iemand bij het opstellen van dat alternatief vervoersplan gezegd: ‘welke treinen neemt Pendelaar Wervik? Van die blijven we af. Ik heb genoeg van haar avonturen op haar blog.’ 🙂

OK, OK, ik eigen mezelf te veel eer toe… Het is gewoon een lange en begeerde trein. De halve Westhoek zit erop. Die kan je gewoon niet afschaffen! Dank je wel, NMBS en Infrabel. Dank je heel erg wel. Dank je om na te denken over een alternatief vervoersplan en om niet zomaar wat treinen te schrappen.

Maar sta me toe: ik hou mijn hartje toch een beetje vast. Ik kan het écht niet geloven dat mijn trein mij maandag op tijd oppikt in Wervik, me op tijd in Brussel zal afzetten en me ’s avonds gewoon weer thuis brengt.

Ik ben té kritisch misschien. Maar goed, ik ben een journalist. En een pendelaar.

20191001_190229 (1)